Zet je je positieve of negatieve bril op?
“Wat een rotweer is het, toch. Nu al herfst!”
“Fijn, toch… Goed voor de plantjes!”
Ik sta in de rij bij de kassa en raak geรฏntrigeerd door dit gesprek.
Twee mensen die naar hetzelfde kijken, maar iets totaal anders zien.
De een beschrijft het positieve: de heerlijke zomer die we gehad hebben, de aangenaam milde temperatuur op dit moment, dat voorzichtige zonnetje.
De ander benoemt het negatieve: de aankomende (“verschrikkelijke”) herfst, de regen, de grijze lucht.
De een spreekt vanuit dankbaarheid, de ander vanuit ontevredenheid.
In elke situatie is er een keuze. Zet je je positieve bril op? Of je negatieve?
Die keuze bepaalt hoe je de wereld ziet. Maar ook hoe je je voelt. Welke gedachten erbij je opkomen. En hoe je je gedraagt.
Welke bril zet jij op? Die vrolijke met warme glazen? Of die sombere met grauwe glazen?
***
๐๐ข๐ข๐ด๐ต ๐ฎ๐ช๐ซ๐ฏ ๐ธ๐ฆ๐ณ๐ฌ ๐ข๐ญ๐ด ๐ช๐ฏ๐ต๐ฆ๐ณ๐ช๐ฎ ๐ฎ๐ข๐ณ๐ฌ๐ฆ๐ต๐ฆ๐ฆ๐ณ ๐ฆ๐ฏ ๐ค๐ฐ๐ฏ๐ต๐ฆ๐ฏ๐ต๐ด๐ฑ๐ฆ๐ค๐ช๐ข๐ญ๐ช๐ด๐ต ๐จ๐ฆ๐ฆ๐ง ๐ช๐ฌ ๐ฐ๐ฐ๐ฌ ๐ข๐ญ๐ด ๐ข๐ถ๐ต๐ฆ๐ถ๐ณ (๐ท๐ข๐ฏ ๐ฐ๐ฏ๐ฅ๐ฆ๐ณ ๐ฎ๐ฆ๐ฆ๐ณ โ๐๐ฆ ๐ธ๐ข๐ฌ๐ฌ๐ฆ๐ณ๐ฆ ๐ฑ๐ณ๐ฐ๐ง๐ฆ๐ด๐ด๐ช๐ฐ๐ฏ๐ข๐ญโ) ๐จ๐ณ๐ข๐ข๐จ ๐ธ๐ฐ๐ฐ๐ณ๐ฅ๐ฆ๐ฏ ๐ข๐ข๐ฏ ๐ฅ๐ฆ ๐ฎ๐ฐ๐ฐ๐ช๐ฆ ๐ฅ๐ช๐ฏ๐จ๐ฆ๐ฏ ๐ช๐ฏ ๐ฉ๐ฆ๐ต ๐ญ๐ฆ๐ท๐ฆ๐ฏ: ๐ฌ๐ญ๐ฆ๐ช๐ฏ๐ฆ ๐ฐ๐ฃ๐ด๐ฆ๐ณ๐ท๐ข๐ต๐ช๐ฆ๐ด ๐ฐ๐ท๐ฆ๐ณ ๐ธ๐ฆ๐ณ๐ฌ, ๐จ๐ฆ๐ป๐ฐ๐ฏ๐ฅ๐ฉ๐ฆ๐ช๐ฅ, ๐ญ๐ช๐ฆ๐ง๐ฅ๐ฆ ๐ฆ๐ฏ ๐ฑ๐ฆ๐ณ๐ด๐ฐ๐ฐ๐ฏ๐ญ๐ช๐ซ๐ฌ๐ฆ ๐ฐ๐ฏ๐ต๐ธ๐ช๐ฌ๐ฌ๐ฆ๐ญ๐ช๐ฏ๐จ. ๐๐ฑ๐ณ๐ฆ๐ฌ๐ฆ๐ฏ ๐ฅ๐ฆ๐ป๐ฆ ๐ด๐ค๐ฉ๐ณ๐ช๐ซ๐ง๐ด๐ฆ๐ญ๐ด ๐ซ๐ฆ ๐ข๐ข๐ฏ? ๐๐ฐ๐ญ๐จ ๐ฎ๐ฆ ๐จ๐ฆ๐ณ๐ถ๐ด๐ต.


